Chinaworks.be: 8 juni 2010
We lezen op www.tijd.be:
Onrust in de fabriek van de wereld
Een loonsopslag van 70 procent. Daarmee hoopt Foxconn de sociale onrust en zelf-
moorden in te dammen in zijn megafabriek in Shenzhen, Zuid-China. Het Taiwanese
bedrijf fabriceert toestellen voor zowat alle westerse elektronicaconcerns. Of die op-
slag volstaat, is nog maar de vraag. Om 300.000 arbeiders in één kunstmatige werk-
en woonstad georganiseerd te krijgen is ijzeren discipline vereist, stelt het manage-
ment. Met alle wrevel, stress en onvrede van dien.
Het is de grootste fabriek ter wereld. Een stad in de stad, gevestigd op een boogscheut van het centrum van de
metropool Shenzhen. We zijn in Longhua, in de fabriek van de Taiwanese groep Foxconn, de grootste fabri-
kant van consumentenelektronica ter wereld. Apple en Sony, HP en Dell, Motorola en Nokia, het zijn gere-
nommeerde en veeleisende klanten waarvoor 300.000 arbeiders aan de lopende band iPhones, Playstations,
laptops en gsm’s in elkaar steken. Jong en pas aangevoerd vanuit het arme platteland in het westen. 85 pro-
cent is jonger dan 25 en Foxconn is meestal hun eerste werkgever.
Foxconn, onderdeel van Hon Hai dat 800.000 mensen tewerkstelt, kende in zijn tomeloze groei van de voor-
bije decennia drie grote principes: controle, autoriteit en discipline. Maar sinds enkele weken is de spanning
in het conglomeraat te snijden en is controle ver te zoeken. Sinds begin dit jaar hebben elf mensen zich hier
van het leven beroofd. Minstens drie anderen hebben geprobeerd er een eind aan te maken. De veiligheid is
verscherpt, rond de gebouwen werden veiligheidsnetten geïnstalleerd en opzichters zijn extra alert. Topman
Terry Gou, die het bedrijf al 36 jaar als een oorlogschef leidt (zie inzet), vond het zelfs de moeite om vanuit
Taiwan persoonlijk af te zakken naar Shenzhen om zich te vergewissen van de ernst van de situatie.
De zelfmoorden roepen vragen op over de managementmethodes die achter deze muren regeren. ‘De arbei-
ders staan ’s morgens op, ze ontbijten, gaan werken, brengen ettelijke uren door op de assemblagelijnen en
keren dan terug naar hun slaapzaal om te slapen’, vertelt Geoffroy Crothall van China Labour Bulletin, een
niet-gouvernementele organisatie uit Hongkong die de rechten van de Chinese arbeiders wil beschermen. ‘Het
is een volledig ontmenselijkte plek. De arbeiders zijn amper meer dan machines.’
Desondanks blijft het werkvolk toestromen in het gebied van de Parelrivierdelta. Guangdong is qua export de
grootste provincie van China. De Foxconn-fabriek van Longhua belichaamt in haar eentje de uitdrukking ‘fa-
briek van de wereld’. Dertig jaar geleden was het niet meer dan een bescheiden vissersdorp, nu zien we han-
gars zover we kunnen kijken. We zijn hier op een steenworp van Hongkong, met zijn grootste containerhaven
ter wereld de werkelijke draaischijf van de handel in Azië.
Rekrutering
Ze komen naar hier vanuit de armste provincies. Slecht opgeleide jonge Chinezen, kinderen van boeren of ar-
beiders, versterken de rangen van de handenarbeiders in deze provincie, de dichtstbevolkte van China. Guang-
dong telt 110 miljoen inwoners van wie een groot deel ingeweken arbeiders.
Geregeld organiseert Foxconn rekruteringscampagnes op zijn site. Het is de belangrijkste werkgever van de
stad. De kandidaten zijn jongeren, gekleed in jeans en T-shirt. Ze hebben amper bagage. In het station van
Shenzhen zie je ze in kleine groepjes toekomen.‘Ik kom uit Hunan’, legt een jongen van net 19 uit. ‘Vrienden
van mij die hier al werken hebben me over deze fabriek verteld. Ze zeiden dat er werk is en dat het goed be-
taalt.’
Met gemiddeld 1.200 yuan (145 euro) per maand zijn de werknemers van Foxconn inderdaad vrij goed af. Ze
krijgen eten en een slaapplaats en sparen dus een groot deel van hun loon om naar hun familie te sturen. De
aankondiging van een loonsverhoging met 70 procent tot 2.000 yuan (245 euro) die de polemiek rond de zelf-
moorden wat moet doven, zal wellicht veel extra arbeiders aantrekken.
Maar wat gebeurt er nu echt achter de muren? We hebben de directie gevraagd ons de ‘verboden stad’ te laten
bezoeken. Tevergeefs. Volgens onze informatie bestaat de site uit twaalf gebouwen en werkplaatsen verspreid
over ruim 2 vierkante kilometer. Er zijn drie ziekenhuizen, een brandweerkazerne, supermarkten en tien kan-
tines. Drie keer per dag worden 150.000 maaltijden bereid in de grootste keuken van Azië. De persmededelin-
gen van de groep benadrukken ook de aanwezigheid van vijf zwembaden en 400 vrij te gebruiken computers.
Dat alles te verdelen over de 300.000 arbeiders van de site. 300.000 mensen die hier zes dagen op zeven eten,
slapen en werken.
Een voormalige ploegbaas herinnert zich de bijna militaire discipline bij Foxconn. ‘Het belangrijkste voor de
directie is de deadlines te halen, dus de druk op ons en op de arbeiders is groot. De werklieden moeten soms
heel wat overuren kloppen. Natuurlijk is het officieel verboden het personeel te mishandelen, maar ik ken ver-
antwoordelijken die hun arbeiders heel slecht behandelen. Ze zien hen niet als mensen.’
Arbeiders mogen niet met elkaar spreken en de toiletpauzes zijn beperkt tot tien minuten om de twee uur. Een
werknemer vertelt ons over de geur van oplosmiddelen die in de lucht hangt en de twaalf uur werk per dag in
een strak ritme. ‘Het is moeilijk vrienden te maken omdat we niets mogen zeggen. Het is een zinloos leven’,
zegt hij.
Een ijzeren discipline die Ma Xingqian niet aankon. Hij was amper 18 toen hij uit het raam van zijn slaapzaal
sprong. Ma werkte nog maar 73 dagen bij Foxconn en volgens de directie lagen persoonlijke redenen aan de
oorsprong van zijn daad.
Tweede generatie
De meeste specialisten die we spraken, denken daar anders over. ‘Toen de ouders van deze arbeiders migreer-
den, kenden ze niets van de fabrieken en de arbeiderswereld’, zegt Lee Chang-hee, expert bij de Wereldar-
beidsorganisatie in Peking. ‘Het waren ongeschoolde boeren, die gewend waren aan een leven van hard werk
en die de hongersnood en het maoïsme hadden meegemaakt. De fabriek gaf hun een regelmatig loon, een dak,
eten en ze waren daar tevreden mee. Vandaag maken de arbeiders deel uit van een tweede generatie van mi-
grerende werklui. Ze zijn totaal anders. Het zijn vaak enige kinderen, die geboren zijn in de steden en ernaar
streven stadsburgers te worden zoals de anderen. Het probleem is dat ze geen leven hebben buiten de fabriek.
Alles hangt af van wat hun werkgever hun kan bieden. Ze zijn fragieler.’
Er zijn in China minstens 300 miljoen gemigreerde arbeiders uit de arme provincies die volgzaam handenar-
beid leveren en op wie de groei van het land berust. ‘De buitenlandse investeerders hebben lang geloofd dat
deze Chinese handenarbeiders inderdaad volgzaam waren’, zegt Arthur Kroeber, econoom bij de onafhankelij-
ke onderzoeksfirma Dragonomics. ‘Dat gevoel van veiligheid verklaart waarom ze tientallen miljarden euro’s
investeerden in fabrieken die hun productie moesten voeden. Het is duidelijk dat ze zich vergist hebben.’
Guangdong is de laatste tijd een enorme klankkast geworden voor de arbeidsrechtenbewegingen in China:
daar zijn de arbeiders het best georganiseerd. Zo hebben de 1.900 arbeiders van een Honda-fabriek in Foshan
tien dagen gestaakt om 20 procent loonsverhoging af te dwingen. Een strijd die ze gewonnen hebben ondanks
de tegenstand van de regering en de vakbonden.
De Chinese arbeiders staan alleen in hun strijd voor betere arbeidsvoorwaarden. De enige toegestane vakbond
is de nationale federatie van Chinese vakbonden, een organisatie die 200 miljoen leden telt en onder direct
gezag staat van het ministerie van Arbeid en van de Communistische Partij. Ze overkoepelt de zowat 2 miljoen
vakbondscellen in de fabrieken en ondernemingen van het land. Het zijn de ogen en oren van de Partij en de
vakbond heeft als opdracht het vaak woelige werkvolk in te tomen en de troepen te kalmeren. In de zaak-Fox-
conn zette de nationale federatie in op rust, via een substantiële loonsverhoging, met succes. Maar bij Honda
verzette ze zich hevig tegen de arbeiders en nam ze het op voor de directie.
‘De laatste jaren is het geregeld gebeurd dat arbeiders hun eigen staking begonnen en de officiële vakbond om-
zeilden’, stelt Geoffrey Crothall van China Labour Bulletin vast. Er zijn steeds meer stakingen en werkonder-
brekingen in China. Een officieel cijfer is er niet, maar de regering, zo bezorgd om de sociale harmonie, maakt
zich ongerust over het groeiende gemor.
Het antwoord van Peking is dubbelzinnig. De regering weigert de managementmethodes in de fabrieken te
stigmatiseren en beloofde dus maar een algemene verhoging van het minimumloon met 20 procent in de in-
dustriële provincie Guangdong. De overheid heeft de voorbije jaren wel strengere arbeidswetten uitgevaar-
digd.
Pervers effect
Maar die zouden samen met de loonsverhogingen dan weer een pervers effect hebben. Sinds enkele maanden
is er een toeloop van illegale arbeiders in de werkplaatsen van de delta van de Parelrivier. De meesten zijn
Vietnamezen. In Guangdong tonen de politiestatistieken tussen 2006 en 2009 een verdubbeling van de aan-
houdingen van illegale arbeiders. Die steken de poreuze grens van de Guangxi over, richting de fabrieken van
het zuiden en de ongeveer 100.000 illegale werkplaatsen.
‘Ze lijken fysiek op Chinezen uit het zuiden’, legt een inwoner van de provincie uit. ‘Ze werken voor minder
dan 50 euro per maand. Dat is drie keer minder dan wat wij verdienen.’ De Chinese politie heeft dus de jacht
op de illegalen geopend. Sommige fabrieksbazen voelden de wind al draaien en verplaatsten hun fabrieken
naar Vietnam.






