Chinaworks.be: 16 juni 2010
We lezen op www.tijd.be:
Chinese investeerders overspoelen wereldmarkt

‘Neen, China is niet van plan Griekse overheidsobligaties te kopen’, zei een adviseur van de Chinese economische autoriteiten begin dit jaar. Hij ontkrachtte de berichten dat China klaar zou staan om voor 25 miljard euro Griekse schulden te kopen: ‘Waarom zouden we? Dat is toch idioot. Laat de Europese regeringen en de Europese Centrale Bank Griekenland maar redden.’
Gisteren streken de Chinezen dan toch neer in Griekenland, meldde Financial Times. Met honderden miljoenen euro’s, klaar om te investeren in scheepsbouw en vastgoed. Van gedacht veranderd? Zeker niet. China blijft weigeren zijn geld te steken in Grieks overheidspapier. Maar op andere terreinen zien de Chinezen nog heel wat mooie investeringskansen.
China zit boven op een hele hoop geld. De voorbije jaren heeft het land door massaal te exporteren een valutareserve van zo’n 2.000 miljard euro bij elkaar geraapt. En dat geld investeert het steeds vaker in het buitenland. Volgens recente cijfers hebben de Chinezen het voorbije decennium in meer dan 100 verschillende landen investeringen gedaan.
Gids
De autoriteiten hebben er alles aan gedaan om de bedrijven te stimuleren naar het buitenland te trekken. In 2004 publiceerden ze een eerste ‘gids’ voor die ‘go abroad’-strategie. Prompt schoten de buitenlandse investeringen naar 12 miljard dollar, terwijl dat de jaren voordien rond 2 miljard schommelde. Vorig jaar investeerden de Chinezen ruim 50 miljard dollar in het buitenland.
Aanvankelijk waren ze vooral geïnteresseerd in energie en grondstoffen. Door de hand te leggen op mijnen en gas- en olieconcessies konden ze ongestoord de economische motor draaiende houden. Maar de voorbije jaren is de interesse uitgebreid en speurt China bijvoorbeeld de technologiesector en het bankenlandschap af naar investeringsmogelijkheden.
Met als gevolg dat de Chinezen alomtegenwoordig zijn: voor energie zitten ze in Angola, voor telecom in Noorwegen, voor grondstoffen in Australië, voor olie in Iran, voor metalen in Congo, voor oliezanden in Canada, voor banken in de VS, voor een verzekeraar in België. En gisteren nog liet Egypte weten dat het hoopt op Chinese investeringen in de infrastructuur.
De Chinese beleggingsstrategie kan met een enkel woord worden omschreven: diversificatie. De Chinese investeringen zijn dermate gespreid dat geen enkel land meer dan 1 of 2 procent van de Chinese portefeuille uitmaakt. Net daarom durven de Chinezen met hun directe investeringen enorme risico’s te lopen.
Eigenlijk is dat de bekende ‘turtle egg’-beleggingsstrategie. Zeeschildpadden leggen tot 150 eieren op het strand. Ze leggen er zoveel omdat de overgrote meerderheid in de strenge natuur niet lang zal overleven. China doet in wezen hetzelfde. Het investeert een heel pak geld, ook in projecten die allicht zullen falen, maar een minderheid van voltreffers volstaat om voor de verliezen te compenseren.
In de gaten
Dat betekent niet dat China in het wilde weg investeert. De autoriteiten houden alle projecten nauwlettend in de gaten. Het ministerie van Handel zal ook niet aarzelen investeringen tegen te houden. Die politieke beïnvloeding is echter een rem op de investeringsstromen vanuit China. Zonder beperkingen zouden de investeringen snel kunnen opklimmen tot 150 miljard dollar, menen analisten.
De toevloed aan Chinese investeerders heeft flink wat wrevel veroorzaakt, vooral in het Westen. Daar wordt gevreesd dat de Chinezen uit zijn op goedkope overnames van strategische bedrijven. Bovendien klagen Amerikaanse en Europese bedrijven dat China hun voortdurend de toegang tot de Chinese markt belemmert, terwijl Chinese concurrenten nauwelijks een duimbreed in de weg wordt gelegd.







